• slide 2
    Vechtrace 2015 Heren dubbel twee Binne/Fred

Roei ABC

Aan de boorden Alle roeiers moeten aan een kant van de boot gaan staan om gezamenlijk de boot te tillen
Aanleggen Terug naar de kant, naar een steiger of het vlot
Aanriggeren De riggers aan de boot schroeven
Achterstop De stop van de slidings die zich achter je bevindt. Deze stop moet je net niet kunnen raken als je met de benen gestrekt zit.
Af Beginnen met roeien
Afriggeren De riggers van de boot schroeven voor vervoer
Bakboord Links voor de stuurman/vrouw, rechts voor de roeiers. De riemen aan bakboord hebben meestal een rode sticker.
Bakboord best Met de riem aan bakboord zijde meer kracht zetten zodat de boot naar rechts gaat.
Bankje Plank waarop de roeier zit
Beide boorden Beide kant van de boot
Blad Het deel van de riem dat door het water gaat
Boeg Voorin de boot, de roeier die in de rug van de andere roeiers kijkt en het verst van de stuurman/vrouw af zit. In ongestuurde boten stuurt de boeg met de voeten
Boordroeien Roeien met één riem
Botenwagen De aanhanger waarop de boten liggen om vervoert te worden
C-boten Stabiele boten. Meestal voor beginners en toertochten.
Coach De coach fietst meestal mee. Sommige coaches willen ook wel sturen om beter de techniek te kunnen zien.
Derde stop Een trainingsoefening. Dit is de houding vlak voor de inpik.
Diepen Het blad en een deel van de steel te diep door het water halen.
Dol Het deel waar de riem in ligt/draait.
Dolklep Het deel wat de riem vast zet in de dol.
Dolpen Het deel van de dol wat meedraait met de riem.
Door het bankje trappen Een fout in de techniek waarbij men trapt en waarbij de riemen niet mee gaan.
Driekwart bankje Een trainingsoefening meestal gecombineerd met heel bankje, half bankje en kwart bankje. Bij driekwart bankje rijdt je op tot driekwart van de slidings (van achter je gezien) en maak je een haal.
Eerste stop Een trainingsoefening. Dit is de houding vlak na de uitpik.
Gladde boten Onstabiele wedstrijdboten. Om hier in te mogen roeien moet je eerst je certificaat voor C-boten hebben en bezig zijn voor of bezitten over een certificaat voor gladde boten.
Go Zie Af.
Halen De normale roeihaal
Half bankje Een trainingsoefening meestal gecombineerd met heel bankje, driekwart bankje en kwart bankje. Bij half bankje rijdt je op tot de helt van de slidings en maak je een haal.
Handvat Het deel van de roei wat je vast houd.
Heel bankje Een trainingsoefening meestal gecombineerd met driekwart bankje, half bankje en kwart bankje. Bij heel bankje rijdt je op tot je voorstop en maak je een haal.
Heelstrap Een verstelbaar gedeelte waar je hak op leunt.
Houden Plotseling stoppen met roeien en het blad verticaal in het water houden zodat de boot direct afremt.
Inpik Wanneer je het blad verticaal in het water zet om vervolgens te trappen.
Instappen gelijk De roeiers stappen gelijk in de boot.
Klapje Kleine haal.
Klippen Het blad een kwartslag draaien zodat er minder weerstand op het blad bovenwater staat.
Kraag Het deel van de riem die in de dol rust.
Kwart bankje Een trainingsoefening meestal gecombineerd met heel bankje, half bankje en driekwart bankje. Bij kwart bankje rijdt je op tot een kwart van de slidings (van achter je gezien) en maak je een haal.
Laat lopen Stoppen met roeien en de riemen plat op het water leggen. De boot blijft licht doorvaren.
Light peddle Weinig kracht op de benen zetten bij de haal.
Manchet Zie kraag
Ongeklipt Trainingsoefening om de stabiliteit te vergroten en voor beginners. Roeien zonder het blad te draaien.
Ongestuurd Boot zonder stuurman/vrouw. De boeg stuurt hierbij meestal met zijn voeten.
Oprijden Dit is de fase na de haal. De boot vaart door, de roeier glijdt terug om weer een haal te maken.
Overnaadse boten Stabiele houten boten.
Overslagen Zie dolklep.
Peddle Een haal met normale kracht.
Pieterburen Met één riem slippen en de andere doorroeien. Wordt gebruikt bij toertochten bij smalle doorgangen waarbij niet met twee riemen doorgeroeid kan worden.
Recht zitten De rug recht houden. Dit wordt meestal gezegd als de roeier gebogen zit.
Recover Zie oprijden.
Riemen In andere watersporten ook wel peddle, maar bij roeien een verboden term.
Rigger Iets dat uitsteekt bij de boot waarop de dol vast zit.
Roer/roertje Hiermee stuurt de stuurman/vrouw de boot.
Rolbankje Zie bankje.
Ronden De boot omkeren. Meestal is het comando ronden over bakboord of ronden over stuurboord. Er wordt dan om en om gehaald en gestreken met de riemen (aan bakboord strijken, aan stuurboord halen).
Rondmaken Zie ronden.
Schraag Een constructie waarop de boot kan liggen of leunen om hem droog te maken of onderhoud te plegen.
Scullen Roeien met twee riemen.
Skiff Gladde éénpersoons boot.
Skiffen Roeien in een gladde éénpersoons boot. Om te leren skiffen kun je eerst beginnen in een C1 boot (stabiele éénpersoons boot)
Slag De roeier het dichtst bij de stuurman/vrouw of bij een ongestuurde boot achterin de boot. Deze roeier ziet de andere roeiers niet en bepaald het tempo en de cadans.
Slagklaar maken/Slagklaar De roeiers gaan in de inpikhouding zitten en leggen bij de 2e “slagklaar” commande de bladen verticaal in het water. Hierna volgt “Af” of “Go”
Slidings Constructie waarin de bankjes rollen.
Slifferen Tijdens het roeien met de bladen licht het water raken.
Slippen Eén of beide riemen paralel aan de boot leggen om door een versmalling of onder een smalle brug door te kunnen.
Snoek Een fout in de haal, inpik of uitpik waardoor de riem onverwachte bewegingen maakt of in de knoop zit met de riem van een andere roeier.
Spant Een hout in de boot waaraan je mag tillen.
Spoelhaal Roeien zonder kracht.
Sterk zitten Zie recht zitten.
Strijken Achteruit/omgekeerd roeien, in de richting waarop de roeier(s) kijkt/kijken.
Strong peddle Roeien met maximale kracht.
Stuur Stuurman of -vrouw die de boot stuurt, commando’s geeft en de ploeg tijdens wedstrijden aanmoedigt.
Stuurboord Rechts voor de stuurman/vrouw, links voor de roeiers. De riemen aan stuurboord hebben meestal een groene sticker.
Stuurboord strong Met de riem aan stuurboord zijde meer kracht zetten zodat de boot naar links gaat.
Tillen gelijk De roeiers tillen tegelijkertijd de boot voor goede krachtverdeling.
Trappen Kracht op de benen.
Tubben Hierbij roeit een deel van de boot en houden de anderen de boot recht door de riemen plat op het water te laten en zo te zitten dat de roeiende roeiers geen last hebben van de stil liggende roeiers.
Tweede stop Een trainingsoefening. Dit is de houding tussen de uitpik en inpik in waarbij de riemen loodrecht op de boot staan.
Uitpik Het uit het water tillen van de bladen waarna geklipt zal worden.
Uitstappen gelijk De roeiers stappen gelijk uit de boot.
Uitzetten Losmaken van de kant/het vlot. Hierbij zet de stuur en/of roeiers eerst af met de hand aan wal zijde waarna met de riem aan wal zijde afgezet kan worden.
Vast bankje De volledige term luidt: “Met vast bankje roeien”. Wordt meestal bij beginners gedaan, om de gelijkheid in de boot te krijgen of om te wennen aan een nieuwe boot. Hierbij roei je eerst alleen met de armen, benen en rug blijven stil. Hierna gaat de rug mee bewegen en daarna ook de benen.
Vin Zit bij ongestuurde en wedstrijd boten onder de boot om te kunnen sturen.
Vlaggen Vlak voor de inpik het blad te hoog boven het water houden.
Vlot Een constructie aan de kant waar roeiboten kunnen aanleggen en wegvaren. Meestal ter hoogte van de boot om het in- en uitstappen gemakkelijker en stabieler te maken.
Voetenboord Het gedeelte waar je voeten op staan.
Voorstop De stop van de slidings die zich voor je bevindt. Deze stop moet je net niet kunnen raken als je met de onderbenen loodrecht op de boot zit (in de inpikhouding).
Watervrij Roeien waarbij het water bij de recover/het oprijden niet geraakt wordt.
Wegzetten Zie uitzetten.
Wherry Een stabiele beginnersboot, meestal met 2 roeiers en een stuurman/vrouw.